Menu Sluiten

Bijenhouden

Het beroep van bijenhouder, imker, moet wel een der oudste ter wereld zijn. In Nederland is het een populaire hobby die wordt beoefend door ca. 10.000 liefhebbers. Onomstreden is het nut van de bij als bestuiver van bloemen. Voeg daar nog het wonderbaarlijke fenomeen van de bijentaal aan toe en het laat zich raden waarom zoveel mensen blijvend gefascineerd zijn door dat kleine beestje dat het liefst in grote volken leeft.

Bijenhouden als hobby

Moderne hulpmiddelen hebben het houden van bijen eenvoudiger gemaakt dan het eeuwenlang geweest is. De tijd van de strokorven en de sierlijke maar onpraktische bijenstalletjes met een pittoresk dak van pannen of riet is voorgoed voorbij. Tegenwoordig worden uitsluitend nog bijenkasten in overdekte opstellingen gebruikt, zonder overbodige tierelantijnen. In die kasten zijn van dichtbij de gedragingen van de koningin, de werkbijen en de darren te zien: het bouwen van raten, het voeren van larven door de voedsterbijen.De ervaren hobby-imker werkt met ongeveer vijf bijenvolken. Wie pas met de hobby begint, kan zich beter beperken tot twee of hooguit drie volken.

Omgaan met bijen

Bijen hebben ook een slechte eigenschap: ze kunnen steken. Dat is reden waarom de nijvere insecten in het verleden uit woongebieden werden geweerd. Ook die tijden liggen inmiddels achter ons, en terecht. Als de bijenhouder zijn vak verstaat, hebben omwonenden immers niets te vrezen. In tegendeel. Het is een beetje zoals met alle andere huisdieren: je moet met bijen leren omgaan. Het is voor de imker vooral een kwestie van praktijkervaring. Voor bijen die in de bebouwde kom gehouden worden gelden meestal enkele plaatselijke verordeningen (o.a. een haag van twee meter hoogte). Hieraan is in de regel gemakkelijk te voldoen. In het algemeen kun je stellen dat bijen rust nodig hebben. Ook voor geuren zijn ze erg gevoelig. Mijd vreemde luchtjes zoals shampoo, eau de cologne of parfum in de buurt van een bijenkast. Ook de geur van alcohol kan de agressie van bijen opwekken, net als een overdadige transpiratielucht. Bij onweer is het eveneens verstandig de bijen met rust te laten.

Een imker is de “baas over zeer veel onderdanen. Een bijenvolk telt in het zomerseizoen 50.000 tot 60.000 bijen. Zijn ze onrustig, kalmeer ze dan met een waternevel uit een bloemenspuit. Nog beter werkt de aloude bijenpijp. Een paar pufjes rook uit die pijp is vaak voldoende om duidelijk te maken dat u inderdaad de baas bent. Een bijenpijp bezit een ventiel, inhaleren is niet mogelijk. De imker heeft er zelf dus geen nadeel van.Maar alle ervaring en voorzorgsmaatregelen ten spijt: ook de beste imker wordt nog wel eens door een van zijn bijen gestoken. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Verwijder de angel onmiddellijk met een nagelpunt. Let wel: doe dat nooit met duim en wijsvinger, want dan drukt u de achtergebleven gifblaas leeg en injecteert u uzelf.

Vliegroute

Als bijenhouder kunt u een belangrijke rol spelen bij de instandhouding en verbetering van de ecologie van dorp, stad en buitengebied. Alleen al door uw tuin op te luisteren met speciale planten die veel stuifmeel en nectar geven. Daarmee lok je immers ook hommels en vlinders en zo’n tuin is niet zelden een sieraad voor de buurt. Het is wel raadzaam om te voorkomen dat de bijen hun vliegroute dwars door de tuin van de buren plannen. Daartoe kunt u het beste een twee meter hoge haag of schutting tussen de bijenstal en de tuin van de buren plaatsen. De diertjes worden dan gedwongen altijd tenminste op die hoogte weg of terug te vliegen. De vlieggaten van de bijenstal moeten gericht zijn op het zuidoosten, zodat de ochtendzon “de bijen uit hun woning kietelt”, zoals de imkers het zeggen.

Het bijenvolk

Een bijenvolk bestaat in de zomer uit ongeveer 50.000 bijen. ’s Winters is dat om en nabij de helft. Een volk is samengesteld uit één koningin, circa 2.000 darren (mannelijke bijen) en 48.000 werkbijen of werksters. Darren zijn alleen ’s zomers aanwezig, hun speciale taak is de bevruchting van een jonge koningin. Meestal is het de snelste en beste dar die hoog in de lucht met Hare Majesteit mag paren, maar hij moet voor dat voorrecht een zware tol betalen, want na de daad sterft hij onherroepelijk. Tegen de herfst, als er geen jonge koninginnen meer zijn, jagen de werkbijen de nog aanwezige darren de kast uit. In de winter is er geen plaats voor deze “onnutten”.

Taakverdeling

De koningin wordt in imkerstaal “moer” genoemd. Zij legt in het warme seizoen 1.200 tot 2.000 eitjes per dag. Na drie dagen komen de eitjes uit. De pasgeboren larfjes worden zes dagen lang door voedsterbijen gevoed. Daarna verpopt het larfje zich. Dat popstadium duurt voor een moer zeven, voor een werkbij twaalf en voor een dar vijftien dagen. Een werkbij leeft ’s zomers ongeveer 6 weken: drie weken als huis- en binnenbij en drie weken als buiten-, veld- of haalbij. In de binnendienst functioneert zij voornamelijk als voedsterbij en ratenbouwster, maar ook het “poetsen” van de cellen, het schoonhouden van de kast, het bewaken van het vlieggat en het in ontvangst nemen en opbergen van de nectar van de veldbijen behoort tot haar taken. Een veldbij oogst nectar, stuifmeel, water en propolis (harsachtige stof afkomstig van planten, door de bijen gebruikt als kit).

In het najaar is er geen broed meer te verzorgen; bijen houden daardoor als het ware een hoeveelheid energie over, die wordt opgespaard in het zogenoemde eiwit-vetlichaam. Daarmee zijn ze in staat te overwinteren. In plaats van zes weken blijven ze 6 tot 9 maanden in leven.